Onder volksdansen verstaat men doorgaans de traditionele dansen van een bepaalde streek of land. De muziek waarop gedanst wordt, wordt doorgaans aangeduid met volksmuziek.
De volksdans is een dans die door bepaalde volken of volksgroepen als traditie is bewaard en bij bepaalde gelegenheden wordt uitgevoerd.
Denk hierbij aan huwelijksvoltrekkingen, geboorten en overlijden, maar ook oogst- en religiëuze feesten.
In Zuidoost- Europa vindt men als oudste dansvormen de slingers en kringen.
Kenmerkend is dat de dansers steeds hun plaats in de rij behouden.
De pas is de hoofdzaak. Deze varieert van eenvoudig tot snel en gecompliceerd.
Servische kolo`s, Roemeense hora`s, Bulgaarse horo`s en Griekse syrtos zijn hier bekende voorbeelden van.
In Servië en Roemenië dansen mannen en vrouwen door elkaar in een rij.
In Bulgarije, Macedonië en Griekenland veelal in aparte rijen, de mannen demonstreren vaak hun kracht en vaardigheid, terwijl de vrouwen rustig en zedig hetzelfde patroon dansen.
In West-Europa zijn in het algemeen slechts resten over.
Waarschijnlijk doordat de volksdansen veranderden in gezelschapsdansen.
Bij veel volkeren werden de figuren - de patronen die de dansers maken in de ruimte - belangrijker dan de passen en er werd ook vaker in paren gedanst.
Denk hierbij aan de Zuid-Duitse Dreher, de Tjechische polka en de Poolse mazurka.
Nog steeds bekende volksdansen zijn de Spaanse flamenco en Ierse dansen.
In Nederland en België zijn de meeste oorspronkelijke volkdansen verloren gegaan.
Restanten hebben vaak dusdanige veranderingen ondergaan dat ze als volksdans onherkenbaar zijn geworden.
Een voorbeeld hiervan is het Ootmarsumse vlöggelen gedurende de paasdagen.
De danspas is hieruit volledig verdwenen, men loopt alleen nog maar in een lange slinger achter de `voordansers` aan.
De zevensprong is nu een kinderspel, maar het was een vruchtbaarheidsdans, uitgevoerd door uitsluitend mannen, met hoge sprongen.
Er word nu nog slechts gedanst in bepaalde regio`s.
- Terschellingse skotsen en Friese Skotse trije (beiden met Schotse invloeden).
- In de Achterhoek en Twente: de Driekusman en de Höksebarger.
De laatste jaren worden er steeds vaker speciale volksdansgroepen opgericht.
Men tracht hiermee zoveel mogelijk van het nog levende cultuurgoed te achterhalen en, wat nog belangrijker is, te registreren.
Er wordt zoveel mogelijk gedanst in een bijbehorend streekkostuum, vaak voor instellingen zoals bejaardencentra of als toeristische attractie.
Folkloristiche Groepen zijn enthousiaste beoefenaars van volksdansen die zich richten op het uitvoeren van dansen met "Nederlandse-traditionele" oorsprong. Zij dansen omdat ze dat leuk vinden en omdat het gebruikte materiaal past bij onze cultuur en onze manier van bewegen. Tevens willen zij aandacht schenken aan nieuw gemaakte Nederlandse dansen waarin traditionele en nieuwe elementen verwerkt zijn. Immers, folklore is een levend iets, en moet zich blijvend vernieuwen! Ons culturele erfgoed moet bewaard blijven.
Juist de beïnvloeding van beide stromingen volksdans versus folklore geeft een bredere dimensie aan allen die de Nederlandse volksdans beoefenen. Ook de kostuums en de muziek vormen bij de wederzijdse beïnvloeding een belangrijk element.
|